U kent de Franse econoom Antoine Augustin Cournot wellicht van het naar hem genoemde punt, het punt op de afzetcurve van een monopolist dat de prijs/afzet-combinatie aangeeft waarmee hij maximale winst kan behalen. Maar hij was ook de eerste econoom die een vraagcurve tekende (zie het kader op de volgende pagina) en een analyse leverde van de prijsvorming onder het duopolie. Daarnaast was hij, wat de toepassing van wiskunde in de economie betreft, zijn tijd ver vooruit.

Antoine Augustin Cournot werd geboren in de buurt van Dijon in 1801. Hij kreeg bezocht de beste Franse scholen, zoals de École Nationale Supérieure in Parijs, studeerde astronomie, mechanica en wiskunde en werd benoemd tot hoogleraar in de laatste twee vakken aan de universiteit van Lyons. Pas later is hij zich voor economie gaan interesseren. Een en ander resulteerde in zijn hoofdwerk, Recherches sur les Principes Mathématiques da la Théorie des Richesses . Dit in 1838 gepubliceerde werk is voor zijn tijd verbazingwekkend progressief als het gaat om de toepassing van wiskundige technieken. Het staat vol algebra, waarbij de differentiaal- en integraalrekening niet geschuwd wordt. Het bleef dan ook totaal onopgemerkt. Volgens boze tongen overigens omdat economen destijds van wiskunde weinig kaas gegeten hadden en het boek eenvoudig niet begrepen.

Cournot is één van de meest ondergewaardeerde beoefenaars uit de geschiedenis van de economische wetenschap. Latere corifeeën als Léon Walras, Stanley Jevons en Alfred Marshall hebben dat gelukkig, zij het voor Cournot persoonlijk wat aan de late kant, volmondig erkend. Tal van later veel gebruikte en opnieuw uitgevonden concepten zijn al bij Cournot te vinden. Zo maakte hij als eerste onderscheid tussen constante en variabele kosten. Bij zijn besluitvorming zal een Franse wijnproducent rekening moeten houden met het feit dat kosten naar hun aard verschillen. Bij uitbreiding van de wijnproductie op een gegeven stuk grond zal bijvoorbeeld de pacht gelijk blijven, maar de hoeveelheid ingezette arbeid zal toenemen.

Ook een ander, pas later gemeengoed geworden, concept vinden we al bij Cournot terug, namelijk de gedachte dat producenten zich laten leiden door de extra kosten en extra opbrengsten bij een uitbreiding van de productie. Een geringe uitbreiding van de productie leidt tot bepaalde marginale kosten en, bij verkoop, tot bepaalde marginale opbrengsten. Een aanbieder van wijn zal net zo lang doorgaan met het uitbreiden van zijn productie en verkoop, dat de marginale kosten en marginale opbrengsten aan elkaar gelijk zijn geworden. Het was pas ten tijde van de Oostenrijkse School (na 1870) dat de marginale analyse gemeengoed werd.

Cournot leverde nog bijdragen op andere terreinen. Genoemd is al zijn befaamd geworden analyse van de besluitvorming onder het duopolie. Hij liet zien hoe de besluitvorming van de ene aanbieder het gedrag van de ander beïnvloedde en hoe tenslotte een evenwicht tot stand kwam. Tenslotte heeft hij zich nog beziggehouden met de theorie van de wisselkoersen. Maar steeds kwam hij weer terug op zijn hoofdwerk uit 1838, waarvan hij maar niet kon geloven dat het onopgemerkt bleef. Hij deed nog verschillende pogingen (in 1863 en 1877) om zijn theorie in vereenvoudigde vorm, d.w.z. zonder wiskunde, weer te geven, maar het mocht niet baten. Zijn verbittering hierover werd enigszins goedgemaakt door Walras, die in 1877 Cournot tenslotte de eer gaf die hem toekwam. Cournot stierf in datzelfde jaar.
(Bron: Gorter, G.F. , Het tijdschrift voor het economisch onderwijs, VECON)

Advertentie