Door de industriële revolutie vond de productie steeds meer in fabrieken plaats. Omdat de arbeidsomstandigheden in deze fabrieken vaak zeer slecht waren, heeft de overheid arbeidswetgeving opgesteld om de arbeiders in bescherming te nemen. Door het opstellen van deze wetten ontstond het arbeidsrecht. Een voorbeeld van arbeidswetgeving is de Wet op de Kinderarbeid van 1874. Door deze wet werd het verboden om kinderen jonger dan 12 jaar in dienst te nemen.

De arbeidswetgeving was de eerste stap van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat. In grote lijnen kan de uitbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat opgedeeld worden in vier fasen:
1) abeidswetgeving
2) werknemersverzekeringen
3) volksverzekeringen
4) sociale voorzieningen

Advertentie