Er is sprake van bestedingsevenwicht als de effectieve vraag gelijk is aan de productiecapaciteit. Anders gezegd is de vraag naar goederen en diensten even groot is als de maximale productie. Tijdens een periode van bestedingsevenwicht is er sprake van volledige werkgelegenheid. Dit houdt in dat er geen conjuncturele werkloosheid is, hoewel er op dat moment nog wel sprake kan zijn van structurele werkloosheid.

Doordat de productiecapaciteit volledig wordt benut, is de werkgelegenheid hoog. Hierdoor ontstaat krapte op de arbeidsmarkt waardoor de lonen stijgen. Doordat de lonen stijgen, wordt de prijs van producten ook duurder. Als gevolg van hogere prijzen kunnen lonen stijgen. Dit heet de loon-prijsspiraal waarbij loon- en prijsstijgingen elkaar versterken en wat op termijn zorgt voor verstoring van het bestedingsevenwicht.

Er is sprake van onderbesteding wanneer er minder wordt besteed dan er kan worden geproduceerd. De situatie dat mensen meer willen besteden dan er kan worden geproduceerd, heet overbesteding.

Advertentie