Consumptiegoederen die voor een langere tijd meegaan (langer dan een jaar). Er zijn ook niet-duurzame consumptiegoederen. Dat zijn goederen die voor een korte tijd meegaan (korter dan een jaar). Oftewel: de wc-pot [duurzaam] en het toiletpapier [niet-duurzaam].

Voorbeelden:
Duurzaam: handdoek, rekenmachine, huis, auto etc.
Niet-duurzaam: quarterpounder, drankje, bezoek aan de bioscoop.

Advertentie