De naam van Francois Quesnay (spreek uit: kèné) is onlosmakelijk verbonden met de economische kringloop. De kringloop is een van de oudste en eerbiedwaardigste instrumenten van ons vak en om de bedenker kunt u eigenlijk niet heen. Wel zag Quesnay’s kringloop er iets anders uit dan de onze. In plaats van de sectoren bedrijven, gezinnen, overheid en buitenland uit onze schoolboeken, weerspiegelt de allereerste versie van de kringloop vooral de achttiende-eeuwse klassenmaatschappij. We vinden er boeren, grootgrondbezitters en de klasse van ambachtslieden en handelaars.

Hoewel je het gezien het bijgaand portret niet zou zeggen, was François Quesnay van eenvoudige afkomst. Hij werd in 1694 geboren in een boerengezin. Het verhaal gaat dat hij zichzelf op elfjarige leeftijd heeft leren lezen uit een boek over landbouw. Toen hij zeventien was, ging hij naar Parijs om geneeskunde te studeren. Hij huwde een dochter uit een welgestelde familie en vestigde zich als arts. In 1745 verbeterde hij zijn maatschappelijke positie nog verder door de lijfarts te worden van Madame de Pompadour, de minnares van de Franse koning Lodewijk XV. Een paar jaar later benoemde de koning zelf hem tot zijn geneesheer. In 1752 werd Quesnay in de adelstand verheven en kocht een landgoed in de buurt van Nevers. Kortom: Quesnay had het gemaakt.

De inmiddels beroemde arts had een bredere belangstelling dan alleen voor geneeskunde. Hij maakte kennis met befaamde filosofen als Diderot en d’Alembert en begon zich ook voor economie te interesseren. Hij schreef onder meer over landbouweconomie, maar pas op de gevorderde leeftijd van 64 jaar stelde hij de eerste versie van zijn beroemde Tableau Économique , het eerste kringloopmodel uit de geschiedenis, op. Als arts had Quesnay zich grondig verdiept in de menselijke bloedsomloop, die in de zeventiende eeuw was ontdekt door de Engelsman Harvey. Talloze malen is erop gewezen dat Quesnay’s economische kringloop veel overeenkomst vertoont met de bloedsomloop in het menselijk lichaam.

Een ander, en voor ons gevoel nogal eigenaardig, denkbeeld was Quesnay’s opvatting dat waarde alleen door de boeren kon worden voortgebracht. Het bruto binnenlands product (bbp) bestond in zijn ogen dus uitsluitend uit de agrarische productie. Bij nader inzien is dat idee in de achttiende-eeuwse context, waarin de meeste mensen in de landbouw werkten, misschien toch niet zo vreemd. Bovendien, ergens – bij de oerproducent, zouden we tegenwoordig zeggen – moet het productieproces beginnen. Dat producten later van vorm veranderd en verhandeld worden, is van minder belang.

Rond de enigszins excentrieke Francois Quesnay begon zich een kring bewonderaars te vormen, die regelmatig bijeenkwam in de appartementen van de grote meester in het paleis van Versailles. Er werd over filosofie en economie gediscussieerd en nieuwe pennevruchten van Quesnay werden besproken. Deze kring, die wel als de fysiocraten (‘de natuur heerst’) werd aangeduid, is slechts een kort leven beschoren geweest, ruwweg van 1760 tot 1770. De fysiocraten geloofden in een natuurlijke ordening, die je rustig zijn gang moest laten gaan. De natuurwetten weten wat voor ons het beste is en moet je niets in de weg leggen. Adam Smith’s Invisible Hand is rechtstreeks op de fysiocraten terug te voeren.

Vanaf 1764 liep Francois Quesnay’s invloed terug. Madame de Pompadour, zijn voorspraak aan het hof, overleed in dat jaar. Quesnay bleef nog wel publiceren, maar verloor veel vrienden aan het hof. De hele fysiocratische school ondervond trouwens steeds meer weerstand vanwege de liberale ideeën die deze beweging uitdroeg. Het tijdschrift van de fysiocraten kreeg een verschijningsverbod opgelegd en toen in 1774 Lodewijk XV overleed, was het met de fysiocraten gedaan. Quesnay overleed in datzelfde jaar. Er is alle reden hem in ere te houden als een van de aartsvaders van de economie. Niet alleen de kringloop, ook het idee van een natuurlijke orde zijn op hem en zijn fysiocraten terug te voeren.
(Bron: Gorter, G.F. , Het tijdschrift voor het economisch onderwijs, VECON)

Advertentie