De marginale spaarquote (s), ook wel de marginale geneigdheid tot sparen (MGS), is het getal dat aangeeft hoeveel consumenten sparen bij extra inkomen. Dit getal geeft dus aan wat er bij een toename van inkomen meer aan besparingen opzij wordt gezet. Als je inkomen met € 100 toeneemt en je zet € 30 daarvan op je spaarrekening, dan is je marginale geneigdheid tot sparen s = 0,3.

Anders gezegd is de marginale spaarquote de verhouding tussen de stijging van de besparingen (30 euro) en de stijging van het inkomen (100 euro). De marginale spaarquote is de richtingscoëfficiënt in de spaarfunctie. In dit geval dus 0,3, omdat je van iedere euro 0,30 eurocent spaart.

In dit voorbeeld wordt gesproken over het inkomen van één persoon, maar normaal wordt gekeken naar de marginale geneigdheid tot sparen van het hele land, dus het nationaal inkomen.

Gerelateerde begrippen

Het percentage van het inkomen dat wordt gespaard is de spaarquote. Het getal dat weergeeft hoeveel consumenten uitgeven bij extra inkomen heet de marginale consumptiequote en het percentage van het inkomen dat wordt geconsumeerd de consumptiequote. De totale besparingen en consumptie worden weergegeven in respectievelijk de spaarfunctie en de consumptiefunctie. Deze functies werden ontwikkeld en uitgewerkt door de econoom John Keynes.

Advertentie