Milton Friedman is na John Maynard Keynes waarschijnlijk de meest invloedrijke econoom van de twintigste eeuw geweest. Hij heeft zo’n beetje alles bereikt wat een econoom kan bereiken: hoogleraar aan verschillende en zeker niet de minste universiteiten, een aantal bestsellers, een veel bekeken televisieprogramma, president van de American Economic Association en als klap op de vuurpijl de Nobelprijs voor de economie in 1976.

Friedman werd in 1912 geboren in Brooklyn, New York, uit arme Joodse immigranten. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de universiteit van Chicago, waaraan hij meer dan dertig jaar verbonden was en die meer Nobelprijswinnaars heeft geleverd dan welke andere universiteit. Hij heeft er ook gestudeerd en college gevolgd bij begaafde economen als Frank Knight en Jacob Viner. Hij ontmoette er ook zijn toekomstige vrouw, Rose Director. Bij het college van Viner werden de studenten in alfabetische volgorde geplaatst en aldus kwamen Milton en Rose naast elkaar te zitten, met een huwelijk als resultaat. Pas in 1977 vertrok Friedman uit Chicago om naar het Hoover Institute in Californië te gaan. Van het geld dat de Nobelprijs opleverde ($ 180.000 tax free destijds) kocht hij een apartement met uitzicht over San Fransisco.

Er zijn twee thema’s in Friedmans werk die steeds weer terugkeren, het idee dat ‘ money matters ‘ en de nadruk op vrije markten. Onder mede-economen is het in 1963 verschenen A Monetary History of the United States, 1867-1960 , dat hij samen met Anna J. Schwartz schreef, het bekendst; het is, zo men wil, zijn meesterwerk. In dit boek, waarin overigens ook de symbolen M1 en M2 voor het eerst worden gebruikt, veegden Friedman en Schwartz de vloer aan met de gangbare opvatting dat de Federal Reserve (de Amerikaanse centrale bank) alles gedaan had om de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw te bestrijden. De auteurs lieten daarentegen zien dat de geldhoeveelheid van 1929 tot 1933 met eenderde verminderde. Op die manier werd een normale recessie omgezet in de ernstigste crisis van de twintigste eeuw.

Kunnen veranderingen in de geldhoeveelheid op korte termijn dus van grote betekenis zijn, op lange termijn hebben ze juist nauwelijks of geen invloed op de economische activiteit. Met behulp van de kwantiteitstheorie ( MV = PT) , die overigens om onnaspeurlijke reden uit het Tweede-Faseprogramma is verdwenen, liet Friedman zien dat een toename van de geldhoeveelheid op lange termijn alleen maar tot inflatie leidt. Friedmans oplossing voor de monetaire politiek is een gestage groei van de geldhoeveelheid met zo’n 3 à 5 procent per jaar. Op die manier is voldaan aan de groeiende behoefte aan betaalmiddelen zonder dat overmatige inflatie wordt veroorzaakt.

Een tweede thema in Friedmans werk is zijn kruistocht tegen het na de Tweede Wereldoorlog dominante keynesianisme. Keynes beweerde dat het kapitalisme instabiel was. Eenmaal uit zijn evenwicht, kon het systeem niet zonder overheidshulp weer overeind komen. Vandaar de door hem bepleite fiscal policy , het manipuleren met overheidsuitgaven en belastingen. Friedman keerde terug naar het optimisme van de klassieke economen, zoals Adam Smith en Jean-Baptiste Say, die een groot vertrouwen hadden in de vrije werking van het prijsmechanisme. Fiscal policy was niet de oplossing bij een tijdelijk tekort aan bestedingen, het verstoorde bovendien de marktwerking.

Friedmans vrije-marktideeën legde hij neer in het in 1962 verschenen Capitalism and Freedom , dat een bestseller werd; er zijn meer dan een half miljoen exemplaren van verkocht. Nog succesvoller was zijn televisieserie Free to Choose (1980) en het daarop gebaseerde, samen met zijn vrouw Rose geschreven boek, waarvan er meer dan een miljoen werden verkocht. Voor de camera kwamen Friedmans didactische kwaliteiten volledig tot hun recht. Je kon het hem wel toevertrouwen aan de hand van een meegebracht potlood de subtiliteit van het marktmechanisme te demonstreren: uit welke onderdelen zo’n potlood bestond, waar ze vandaan kwamen, welke kapitaalgoederen nodig waren voor de productie, welk een wonder het was dat, zonder een vorm van centrale planning, al die onderdelen op de juiste plaats, op de juiste tijd en in de juiste hoeveelheden werden samengebracht, zodat uiteindelijk de consument in een achteraf dorpje op het platteland niet misgreep. Friedman heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de neergang van het keynesianisme. Zelfs een post-keynesiaan als Paul Samuelson heeft uiteindelijk moeten toegeven dat fiscal policy niet werkt en dat op korte termijn alleen monetaire politiek soelaas kan bieden.

Behalve adviseur van verschillende presidenten (Nixon, Reagan) heeft hij enkele jaren geleden, samen met zijn vrouw, de Milton and Rose D. Friedman Foundation opgericht met het doel de kwaliteit van het (openbaar) onderwijs te verbeteren. (Behartigenswaardige opmerking: “Schooling is one of the technically most backward of our industries.”). Friedman was, ondanks een paar open-hartoperaties, niet te stuiten tot hij eind 2006 kwam te overlijden aan zijn hartkwaal.
(Bron: Gorter, G.F. , Het tijdschrift voor het economisch onderwijs, VECON)

Advertentie